Troost

Nienke haalt keer op keer de borstel over het paardenlijf. Terwijl duizend en meer dingen door haar hoofd spoken, hangt de pony genietend tegen haar aan. De warmte en geur hebben een troostend effect op Nienke. De pony’s zijn haar beste vrienden. Ze snappen haar, en zij snapt hen. Daar zijn zelfs niet eens woorden voor nodig.

Ze heeft een zwak voor de lastpakken. Bij haar zijn het lammetjes. Ze voelt een sterke behoefte om ze te helpen. Net zoals ze zou willen dat mensen haar zouden helpen. Nu helpen de pony’s haar. En honden. En poezen. Mensen niet. Mensen vinden haar raar of lastig. Alleen Bert niet, de manegebaas. Hij geeft haar altijd een vette knipoog als ze binnenkomt!

ponyenkind_tint

Boom

boom in knopNienke veegt tranen van haar wang.  Ze was juist bezig met de bomen in de tuin. Er komen kleine groene puntjes aan. Blaadjes? Lente!

“Waarom ga je niet buitenspelen zoals normale kinderen?” had mama gezegd. Ze had erbij gezucht.
“Maar mama, kijk, het wordt lente! De boom heeft allemaal groene puntjes, en dat worden dan blaadjes en dan …”

Ineens was mama de kamer uit gegaan. Had Nienke iets verkeerd gedaan? Buitenspelen
vindt ze helemaal niet leuk, dat weet mama toch?  Nienke pakt een boekje en kruipt in een hoekje van de bank. Maar het verhaal kan haar niet echt boeien, ze wil weten wat er mis ging.

En vooral wil ze weten waarom mama staat te huilen op de gang.

Over hocus pocus en dergelijke

Hoe Sav zijn best ook doet, het lukt hem niet de juiste polsbeweging onder de knie te krijgen. Dientengevolge staat zijn lessenaar nu vol met kopjes zonder schotel. Karsten, zijn mentor, schudt telkenmale zijn krullige kop in afkeuring. Sav voelt zich dwaas en incompetent en Karsten begint hem danig op zijn zenuwen te werken. Nog een poging, en weer faalt hij.

Karsten maakt een paar keer een snelle beweging met zijn arm waarop al Savs kopjes van de lessenaar en te pletter vallen op de plavuizen. De lessenaar staat ineens vol met stapels schotels.

“Zo! Zo doe je dat, minkukel.”

Sav kijkt verbolgen toe hoe Karsten hem zijn rug toekeert en weg begint te lopen.
“Ik  zou willen dat die pad vol puisten zat!” mompelde Sav.

Niet veel later klonk er een geschrokken gekwaak uit de gang, ongeveer ter hoogte van de spiegel van inzicht …

Over man en vrouw – moeilijk gesprek

“Ik moet je eigenlijk wat vertellen.”
“Oh, ja? Nou, vooruit dan maar …”
“Je gaat me vast uitlachen, maar dat wil ik niet.”
“Waarom zou ik je uitlachen? Vertel nou maar.”
“En je hebt vast geen zin in zo’n zwaar onderwerp nu, je bent net uit je werk en zo …”

Man zucht.

“Vertel nou maar wat je te vertellen hebt, want dat doe je uiteindelijk toch wel.”
“Nou, oké. Maar je moet beloven dat je niet gaat lachen.”
“Is goed. Vertel!”
“Ik ben hoogbegaafd.”

Man lacht.

“Ik zei toch dat je me uit ging lachen, je had het nog zo beloofd!”
“Ja, sorry. Trouwens, ik lach je niet uit.”
“Nou, zo voelt het wel!”
“Teer zieltje. Nee, het is alleen … Ik wist het al lang. Je verteld me niks nieuws.”
“Nou ik wist het niet! Je zegt nou eenmaal niet van jezelf ‘ik ben hoogbegaafd’. Tuurlijk weet ik dat ik niet dom ben, maar ik heb zulke domme dingen gedaan dat hoogbegaafd me eigenlijk gewoon geen optie leek.”

Man knikt.

“Waarom knik je?”
“Omdat je me nog steeds niks nieuws hebt verteld. Zoals bijvoorbeeld hoe je hier nu zo ineens mee op de proppen komt.”
“Zelfonderzoek.”
“Wat?”
“Je weet wel, zoeken naar wie je bent en wat je wilt.”
“Daar doe ik niet aan. Beetje te zweverig allemaal.”
“Het is helemaal niet zweverig. Ik heb alleen geen zin om alsmaar tegen allemaal muren aan te blijven lopen.”
“De muren hier zijn anders stevig zat hoor, schat.”
“Jij maakt ook overal grapjes over …”
“Moet ik gaan zitten huilen dan? Het is toch mooi dat je dit nu weet? Kan je lekker een dikke vette streep zetten en intelligente dingen gaan doen!”

Stilte.

“Daar heb je eigenlijk wel gelijk in.”
“Weet ik.”

Vrouw zucht.

 

 

Basisschool

Nienke zit op het randje van de zandbak, staart naar de wervelstorm op het plein. Oudere kinderen elastieken, spelen voetje van de vloer, jongens voetballen. Achter haar spelen kleuters met schepjes en stepjes. Nienke zou graag meedoen maar niemand nodigt haar uit. Nienke weet dat de andere kinderen haar maar raar vinden. Nienke praat anders, denkt anders en doet anders, al snapt ze niet waarom. Ze snapt alleen dat het niet goed is. Ze maakt er geen vriendjes mee. Daarom doet Nienke alleen nog wat ze moet doen. Niets meer of minder. Ze steekt haar vinger niet meer op en houdt haar mond. Als de bel gaat zit Nienke als eerste in de klas, en slaat stilletjes haar boek open.

eenzaam

Nienke, mijn verwerkingsproces in korte verhaaltjes

Al jaren kamp ik in meer en mindere mate met het feit dat ik continu tegen muren oploop. Er zitten blokkades in mijzelf die mij het leven erg moeilijk maken soms.

Hoewel mijn leven altijd alle ingrediënten heeft gehad voor succes, tevredenheid en geluk, heeft iets in mij me altijd belemmerd om die ingrediënten bij elkaar te voegen en er wat smakelijks van te maken.

Onlangs ben ik de innerlijke zoektocht aangegaan en heb daaruit een aantal conclusies getrokken. Via een serie korte verhaaltjes probeer ik om wezenlijke gebeurtenissen uit mijn leven een plaatsje te geven. Gebeurtenissen die mij hebben gebracht waar ik nu ben. Gebeurtenissen waar ik met terugwerkende kracht lering uit kan trekken.

Ik vind het erg confronterend om over dit onderwerp te schrijven in de eerste persoon. Daarom heb ik ervoor gekozen om een serie te schrijven over Nienke. Nienke brengt bij mij inzicht, vrede en acceptatie. Nienke is fantastisch. En Nienke gaat een mooie toekomst tegemoet!

Over Nienke: